Lokale inrichting Parel

Tijdens het opzetten van de lokale organisatie is de lokale Pareltrekker van de Parel in zijn/haar UMC verantwoordelijk voor de inrichting van de Parel. Dit gebeurt op basis van de gezamenlijke afspraken, die centraal in de Parel zijn gemaakt.

De Pareltrekker krijgt hierbij ondersteuning van de UMC-coördinator uit het eigen UMC. U kunt dan denken aan de volgende zaken:

  • Informeren over PSI (algemeen en in het UMC zelf)
  • Ondersteunen bij vragen en doorverwijzen indien nodig
  • Parel bij Pareloverleggen betrekken
  • Kennis laten maken met UMC Biobankcoördinator en UMC ICT-coördinator
  • Bespreken te nemen stappen voor inrichting van de Parel
  • Bewaking voortgang van inrichting in het eigen UMC 


In overleg met de lokale Biobankcoördinator sluit de Parel aan bij de UMC-infrastructuur, zoals deze in ieder UMC is ontwikkeld. Het UMC biedt mogelijkheden voor de opslag (vriezerruimte en/of vriezers) inclusief sampleregistratie, temperatuurregulatie en bewaking voor PSI (onderdeel van infrastructuur). 

In overleg met de lokale Pareltrekker verzorgt de lokale ICT-coördinator de inrichting in het EPD of in andere data capture systemen in het eigen UMC. Hierbij hoort de aanlevering aan de landelijke database. De exacte invulling hiervan verschilt per UMC.  

In de praktijk blijkt de lokale inrichting van de Parel enkele maanden in beslag te nemen.