Stappenplan Inrichting Parel

Centrale inrichting

  1. De Parelleiding stemt de goedgekeurde Pareldocumenten (door het Dagelijks Bestuur PSI) af met de UMC-coördinator en de BTC/METC van het coördinerend UMC
  2. LANDELIJKE beoordeling volgens PSI Kaderreglement door BTC/METC coördinerend UMC → GO 
    De Parelleiding:
  3. Plaatst de documenten inclusief beoordeling coördinerend UMC op het besloten platform van PSI
  4. Stuurt de goedgekeurde documenten inclusief beoordeling naar de Pareltrekkers en UMC-coördinatoren van de deelnemende UMC's met verzoek lokale toetsing
  5. Ontvangt via de Pareltrekkers een schriftelijk bewijs van goedkeuring van elk deelnemend UMC
  6. Houdt bij of én welke wijzigingen er lokaal in de Pareldocumenten worden doorgevoerd
  7. Brengt de Casemanager van essentiële wijzigingen in Pareldocumenten op de hoogte
  8. Archiveert de schriftelijke bewijzen van goedkeuring op het besloten platform van PSI
  9. Werkt samen met de Landelijke Coördinator Informatiearchitectuur het informatiemodel verder uit  
  10. Stelt in overleg met de Landelijke Coördinator Biobank de te verzamelen lichaamsmaterialen definitief vast 
  11. De Landelijke Coördinator Biobank zorgt voor opname in het biobankdocument van lichaamsmaterialen die niet standaard zijn   
  12. De Landelijke Coördinatoren Informatiearchitectuur en ICT coördineren de implementatie van PRISMA in de Centrale Infrastructuur (CI) en indien noodzakelijk in de bijbehorende voorportalen 
  13. Advanced Data Management (ADM) verzorgt de implementatie van PRISMA in ProMISe (voorportalen en CI) 
  14. De Landelijke Coördinator ICT zorgt dat de lokale ICT-coördinatoren over de komst van de nieuwe Parel worden geïnformeerd
  15. De lokale Pareltrekkers nemen met hun eigen ICT-coördinator contact op om de inrichting van de Parel af te stemmen
  16. Indien van toepassing neemt de Parelleiding contact op met de CI-datamanager voor de centrale opslag van beelden
  17. De Parel stelt een handleiding Datacollectie en Datavalidatie op

Lokale inrichting

De Pareltrekker:

  1. Zorgt in overleg met de lokale Biobankcoördinator voor aansluiting bij de lokale UMC-infrastructuur 
  2. Zorgt in overleg met de lokale ICT-coördinator voor de inrichting in het EPD of in andere data capture systemen in het eigen UMC. Hierbij hoort de aanlevering aan de landelijke database. De exacte invulling hiervan verschilt per UMC.  

Tijdens het opzetten van de lokale organisatie is de Pareltrekker van de Parel in zijn/haar UMC verantwoordelijk voor de inrichting van de Parel. De Pareltrekker wordt hierbij ondersteund door de UMC-coördinator uit het betreffende UMC. Zodra zowel de centrale als de lokale inrichting van een Parel gereed is, kan de verzameling binnen de Parel in de deelnemende UMC's gaan lopen!